For the love of God

De eerste lezing van de minor Beyond Matters zal gegeven worden door Anne Eshuis:

For the love of God

Van kruiswegstaties naar een schedel met diamanten en een kunstenaar die schilderijen uitlegt aan een dode haas. Een lezing over de verhouding tussen kunst en religie.

Plaats: Kleine collegezaal, Rhijnvis Feithlaan 50, Zwolle

Datum: 17 september, 13.00 - 16.00 uur

For the love of God, Diamond covered platinum skull, 2007, Damien Hirst

For the love of God, Diamond covered platinum skull, 2007, Damien Hirst

New Religion blanket, 100% cashere, 2010, Damien Hirst

New Religion blanket, 100% cashere, 2010, Damien Hirst

How to explain pictures to a dead hare, Joseph Beuys, Performance 1965

How to explain pictures to a dead hare, Joseph Beuys, Performance 1965


Eindpresentatie minor Offer

Een groep van honderd belangstellenden kwam op vrijdagmiddag 15 januari naar het Dominicanenklooster in Zwolle voor de afsluiting van de interdisciplinaire minor Beyond Matters – over kunst, religie en cultuur. Het thema was dit jaar het thema “offers”, ingegeven door de gedachte dat een cultuur niet kan bestaan zonder offer, en dat je in alle religies vormen van offeren tegenkomt.

Lees meer »

Janpeter Muilwijk: De Zendeling

Lezing door de kunstenaar Janpeter Muilwijk gehouden op het symposium  ‘Make me an offer’ op 15.01.2010. Locatie: Dominicaner Klooster Zwolle

De Zendeling

De zwevende, wandtapijt. 2009, courtesy Flatland Gallery. Particuliere coll.

De zwevende, wandtapijt. 2009, courtesy Flatland Gallery. Particuliere collectie.

De schilderijen moesten wel ergens over gaan, Ze moesten een belangrijke inhoud krijgen. Iets wezenlijks, niet alleen iets van mijzelf, maar: Het beeld als weerslag van míjn visie op het leven.

Ik zat op de academie; Ik kwam uit een links christelijk milieu. Mijn vader was net, na een late roeping, predikant geworden. Ik zocht naar mijn ‘taak’, de ‘zending’ van de beeldend kunstenaar. Die zending of zingeving, formuleerde ik zo:

De kunstenaar heeft de tijd en de verantwoordelijkheid om de cultuur te bezien en daar een commentaar op te leveren door middel van het beeld. Het beeld heeft een andere kwaliteit dan het woord. Het beeld kan de drager zijn van diepere, soms onbewuste lagen, die vaak niet kunnen worden uitgesproken.

Balancerende jongen, 2001. Particuliere coll.

Balancerende jongen, 2001. Particuliere collectie.

Naar mijn idee had het Modernistische denken in de beeldende kunst de mystificatie van het beeld bevorderd. De kunstenaar had zichzelf als ziener op een voetstuk gezet en de kunstwereld was ondoorgrondelijk geworden voor de niet ingewijde beschouwer. De idee - en de uitvoering daarvan, was vooral niet traditioneel maar moest visionair nieuw zijn.

De ‘K’unst deed geen moeite om de beschouwer in te wijden, ze nam voor een kleine elite de plaats van de religie in; Kunst was een middel om verdieping in het platte dagelijkse leven te bewerken.

Vanuit mijn christelijke opvoeding was dit geen gewenste invulling.

Bovendien raakte de ‘vondsten cultuur’, die van: ‘Het hoogste goed is de vernieuwing zelf’, uitgeput.

Het Modernisme maakte langzaam plaats voor het Postmodernisme van de volgende generatie. Die stroming gaf meer ruimte, de strengheid, het dogmatische van het Modernisme werd ingewisseld voor een alomvattende maar toch ook normatieve tolerantie. ‘Alles mag, er lijken geen regels te zijn’. De grenzen van de vernieuwing werden verruimd.

Man met schaapje, 1990. Particuliere collectie

Man met schaapje, 1990. Particuliere collectie

In die ontstane ruimte greep ik, begin jaren ‘80, terug op de oude schilderkunst. In Florence zag ik voor het eerst de schilderingen van de vroege Renaissance, vooral die van Giotto spraken me aan. Op die manier wilde ik kunnen schilderen.

Maar de huidige tijd vroeg wel om een ander soort inhoud dan kunst uit de Renaissance. Ik maakte ‘heiligenbeelden’ met goud en aureolen, niet om echte heiligen te verbeelden maar om die sfeer boven te halen. Eigenlijk wist ik nog niet precies waar ik het over wilde hebben, het was alleen de sfeer die me raakte.

De tolerantie van het Postmodernisme mocht dan in algemene zin voor de kunst gelden, ik was zelf allerminst bevrijd van het dogmatische denken.

Vanuit het protestantisme had ik een grote schroom voor het afbeelden van christelijke thema’s, laat staan van ‘het Heilige’. Maar ik voelde wel een drang om deze thema’s op een nieuwe manier aan de orde te stellen. Deze waarden waren de enige die van belang waren geweest in mijn opvoeding en ze riepen existentieële vragen bij mij op.

De christelijke ideeën móesten wel míjn schilder onderwerp worden.

Tuinslang, 2001. Particuliere collectie

Tuinslang, 2001. Particuliere collectie

De protestantse traditie van ‘het woord’ sloot veel beter aan bij de abstractie van het Modernisme dan bij de figuratie van het Postmodernisme. Maar de beeldtaal waarvoor ik warmliep, van Van der Weyden en van Van Eyck, van Giotto en van Fra Angelico, was die van de figuratie.

Deze figuratie is geen realisme maar geeft vorm aan de idee; en waar het religieuze beelden betreft, geeft ze beeld aan de overtuiging.

In zekere zin is dat toneelmatig; de beschouwer moet niet denken dat hij hier met de werkelijkheid van doen heeft. Hij krijgt een ‘tafereel’, ‘een toneeltje’ voorgeschoteld, waarbij hij, door het beeld te ontleden, dichter bij de inhoud kan komen.

In de hedendaagse kunst was er een taboe op de christelijke thematiek gegroeid. Het was onmogelijk om na het Modernisme deze onderwerpen serieus te nemen. Zo de christelijke thematiek nog aan de orde mocht komen, dan alleen op een schoppende-, een zich er tegen afzettende manier.

Gebed voor de maaltijd, 1997. Collectie kunstenaar

Gebed voor de maaltijd, 1997. Collectie kunstenaar

Hoewel ik me deze ongeschreven regels aantrok, kon ik er niet onderuit om toch te zoeken naar de ruimte om de christelijke vragen te verbeelden. Dit was immers míjn onderwerp. Het was me duidelijk dat de kunst zich niet leende om zending mee te bedrijven. Zeker na het Sovjet Realisme was elke ideologie taboe in de kunst. Maar omdat ik zelf allerlei vragen had bij de christelijke leer, werd het mijn manier om de onderwerpen niet als ’statements’ te poneren maar als ‘vragen’.

Guided tours, 2005. Particuliere collectie

Guided tours, 2005. Particuliere collectie

Was het een offer om de christelijke thema’s aan de orde te stellen?

De bijbelse offercultuur uit het oude testament, het offer van Christus en als gevolg daarvan de bevrijding van de noodzaak om zelf te offeren, riep vragen bij mij op. Ik kwam daar niet zo goed uit, vooral omdat er toch juist van de bevrijdde christen nogal wat offers werden gevraagd. Mijn ouders gaven altijd veel geld weg en riepen dan dat wij het zo rijk hadden, terwijl ik in verhouding tot mijn vrienden maar weinig te makken had.

De moraal van de christen vond ik vaak zo stevig, dat die mijn ontwikkelingsvrijheid en het vrije denken behoorlijk leek te beknotten. Door hierover te schilderen ontstond voor mij de ruimte om de moraliteit van de christelijke thema’s ter discussie te stellen.

Nu ik mijn werk op dit thema bekijk zie ik dat het offer vanuit die achtergrond in verschillende gedaanten voorkomt.

Ik zal, hapsnap door de tijd, een aantal voorbeelden laten zien en die kort bespreken:

Links: Verzoeking van Franciscus, 2002, Part. Coll. Rechts: Zelfbeheersing van S.F., 2002, Part. Coll.

Links: Verzoeking van Franciscus, 2002, Part. Coll. Rechts: Zelfbeheersing van S.F., 2002, Part. Coll.

Het morele offer: Ik maakte, als voorstudie voor een opdracht die de Minderbroeders Franciscanen mij hadden gegeven, dit tweeluik over Franciscus die zich in de doornen werpt als de seksuele aandrang hem te machtig werd.  Op de plaats waar zijn bloed vloeide gingen, volgens de overlevering, rozen bloeien.

Man met schaapjes, 2001, Aon kunstcoll.

Man met schaapjes, 2001, Aon kunstcoll.

De Man met schaapjes is een schilderij over de goede herder; Christus als deur van de schaapskooi, slechts drie schaapjes hebben het hok gevonden. Is het ‘de deur’ of zijn het de schaapjes die zich opofferen?

Scheiding tussen lam en bok, 1998, Particuliere collectie

Scheiding tussen lam en bok, 1998, Particuliere collectie

Dit werk gaat over de grote moeilijkheid van de scheiding tussen bok en lam, of tussen goed en kwaad. Is het de scheiding tussen de ongelovige en de gelovige?

Verstrikte bok, 1999, Particuliere collectie

Verstrikte bok, 1999, Particuliere collectie

de ‘Verstrikte bok’, mag dan vast zitten in de doorns, dit werk roept eerder medelijden met de bok op, dan blijdschap om het verstrikte kwaad. Het beeld refereert ook aan de verstrikte bok die plotseling in de struik vastzit als God ingrijpt nadat hij Abraham vraagt om zijn zoon Isaäk te offeren.

Schutterstuk, 2002-2003, Particuliere collectie

Schutterstuk, 2002-2003, Particuliere collectie

Dit is het schilderij: ‘Schutterstuk’, dat ik in opdracht maakte over ‘het offer van Sint Sebastiaan’. De martelaar als ‘lekker ding’ heeft hier vleugels van aarde. De anemonen, die daarop groeien, vormen schietschijfjes. De anemoon staat symbool voor het martelaarschap.

Reizigers, 1998, Collectie Rabobank Nederland.

Reizigers, 1998, Collectie Rabobank Nederland.

Jozef en Maria als reizigers met gecamoufleerde aureolen, trekkend door een landschap van stenen.

Vluchtelingen, 1998, Particuliere collectie

Vluchtelingen, 1998, Particuliere collectie

En na de geboorte van de verlosser, trekken ze als vluchtelingen door dezelfde woestenij. De verlosser brengt nog geen paradijs maar de woestijn. Jozef en Maria als vluchtelingen, staan hier voor de vluchtelingen van alle tijden.

Kindertotenlieder, 1998, Particuliere collectie

Kindertotenlieder, 1998, Particuliere collectie

De tekening  ‘Kindertotenlieder’ doet daar nog een schepje bovenop; de kindermoord van Bethlehem doet alle zoetsappigheid van de kerstplaatjes teniet. Tegelijk stelt deze onbegrijpelijke slachting en haar slachtoffers de gebrokenheid van alle tijden aan de orde.

en de laatste:

Man aan de deur, 2002, Collectie Zeeuws museum

Man aan de deur, 2002, Collectie Zeeuws museum

De ‘Man aan de deur’ die iets geeft en iets vraagt; een appèl doet, waar ik misschien liever niet aan wil. Dit is de eerste tekening in een serie portretten van gewone mensen, die zich aan je presenteren. Ik noem deze serie ‘Christusportretten’, ze gaan over de medemens waarin je, zo je wilt, het ‘aangezicht van Christus’ kan zien.

Hét symbool voor het offer,

Het lam, het ‘Agnus Dei’, is een thema dat ik vaak heb gebruikt. Het lam op een trapje komt uit een schilderij wat ik wilde maken over de annunciatie - de aankondiging aan Maria.

Om u inzicht te geven hoe een werk vorm krijgt, zal ik hier wat langer bij stil staan:

Aankondiging, 2001-2002, Particuliere collectie

Aankondiging, 2001-2002, Particuliere collectie

In dit schilderij ‘Aankondiging’, wilde ik onderzoeken wat dit verhaal te bieden heeft en of het mogelijk is om nu nog een sterk schilderij te maken met dit wellicht versleten onderwerp. De compositie is er één van een opklappend decor. Ik gebruik hier een axonometrisch architecten- perspectief, waarbij alle maten op te meten zijn. Als je dit in een schilderij hanteert, ontstaat er een verwrongen beeld. Op deze manier toont het slechts een illusie van de werkelijkheid en irriteert het, zoals de Christelijke thematiek dat gauw doet. Tegelijkertijd refereert het aan de schilderkunst van de Middeleeuwen en de vroege renaissance, waarin het perspectieftekenen nog niet goed was ontwikkeld.

We kijken door een deurpost, die met rode verf of bloed bestreken is, een eenvoudig huis binnen. In de voorruimte staat een meisje op blote voeten. Achter haar zie je toevallig een kruisraam. Een duif is zojuist op de vensterbank geland. Een halve figuur in witte kleding lijkt uit de achterruimte te komen, met in de linkerhand een witte lelie. De andere hand maakt een open, groetend gebaar. Het gezicht is (nog steeds uit gereserveerdheid om ‘het Heilige’ een gezicht te geven) door de deurpost half aan onze blik onttrokken. Het meisje raakt met haar vinger het agressief kleurende stuifmeel van de witte lelie.(Is het een bevruchting, hoe onbevlekt is de ontvangenis?) De duif werpt ondertussen alvast een matrouschka vormige schaduw op haar buik.

Het trapje onderin is er in de eerste instantie om compositorische redenen terecht gekomen, maar het trapje alleen was niet interessant genoeg. Er ontbrak een zingevend element aan. Dat het meisje het trapje nodig heeft gehad om de deurpost te bestrijken is een mogelijkheid. Moest er een schaaltje met ‘rode kleurstof’ op komen te staan? Ik heb gezocht naar een sterk element om de spanning onderin het schilderij op orde te krijgen: Er moest een lam op het trapje komen. Het lam maakt contact met de beschouwer, waardoor deze deelgenoot wordt aan dit intieme tafereel. Is dit ‘Het lam van God dat wegdraagt de zonde der wereld’ of het ‘Lam Gods dat verhoogd wordt’? of is het gewoon een huisdier van het meisje dat op het trapje klimt zoals dwerggeitjes dat op de kinderboerderij doen? Met deze vragen en referenties besluit ik het werken aan een schilderij. Er ontstaat door deze benadering, vanuit het vragen of het mogelijk is om nu nog iets over de Annunciatie te schilderen, een eigentijds schilderij dat mij nog steeds bevalt, omdat het blijft vragen en uitdagen om opnieuw naar archetypische beelden te kijken en de relevantie daarvan in ons denken te onderzoeken.

Na dit schilderij heb ik het thema van ‘Het Lam op de trap’ vaker gebruikt.  Ik laat nog een paar voorbeelden zien.

Lam op trapje, 2003, Collectie Zeeuws museum

Lam op trapje, 2003, Collectie Zeeuws museum

Lam op trapje. In deze tekening wilde ik kleur brengen. De vlammen die vanuit die beeldende behoefte ontstonden, gaven dit lam een scherpere inhoud; zijn het de vlammen van het brandoffer of is het heilig vuur?

Zwarte Madonna, 2007, Courtesy Flatland Gallery

Zwarte Madonna, 2007, Courtesy Flatland Gallery

Voor een groepstentoonstelling over ‘heiligen in de verkeerde huidskleur’  maakte ik deze Zwarte Madonna. Het thema, ‘de Heilige in de verkeerde huidskleur’ moest enige hilariteit oproepen. Kennelijk vraagt de hedendaagse kunst nog steeds om dit soort impulsen. Ik maakte géen hilarisch beeld maar een beeld over de bescheidenheid van Maria of de Vrouw in het algemeen.

Agnus Dei, 2005, Particuliere collectie

Agnus Dei, 2005, Particuliere collectie

Voor de tekening die ik over het ‘Agnus Dei’ wilde maken, zette ik een lam op een ladder. Bij de verbeelding van het wegdragen van de zonden, kwam ik uit op een doornenkroon die ‘toevallig’ als een aureool achter de kop van het lam geplaatst is. Dit gaf een veel te geladen- en bovendien een versleten beeld. Ik besloot om dit te verdoezelen door er een serie van doornenkronen van te maken, die samen een vlechtwerk vormen. De serie doornenkronen leverde veel meer associatiemogelijkheden op. Allereerst veroorzaakt deze verdoezeling een soort behangpatroon, ogenschijnlijk decoratief. Maar uiteindelijk visualiseert ze veel sterker het grote wereldleed dat complex en vervlochten is, dan de ene Christus doornenkroon.

mantel-marie

Ook in de Schutsmantel die ik voor ‘Onze Zoete Lieve Vrouwe van den Bosch’ maakte, heb ik het lam op een trapje gebruikt.

De mantel bestaat uit twee delen, de buitenmantel gaat over het leed in de wereld. Ik verbeeld dit met een patroon van distels, doornen, stenen en vuur, waartegen ‘de boetvaardige mens’ beschutting zoekt. De beschutting is te vinden onder de mantel in een tweede mantel. Daarop is een groot tafereel van naakten te zien, die onder de zegenende armen van Christus beschutting zoeken en samen gekleed worden door de buitenmantel. De naakten zijn nauwelijks te zien. Ik wilde een oecumenische mantel maken. De grote Christus wordt over het hoofd van het beeldje van de Zoete Moeder gedrapeerd, waarmee ik het schisma tussen protestanten en rooms katholieken over het belang van Christus en het belang van zijn moeder Maria, wilde opheffen.

Bij de tocht die het 14e eeuwse devotiebeeld elk jaar door den Bosch maakt, is door een  opening in de achterkant van de mantel een lam op een trapje te zien. Hier kan het publiek een stukje zien van het mysterie van de troost van de beschutting van het geloof. De naakten blijven bekleed.

Het heden,

Beperkt, 2009, Collectie Hogeschool Windesheim

Beperkt, 2009, Collectie Hogeschool Windesheim

Er dienen zich vragen aan in het dagelijkse leven. De grote bekende onderwerpen over angst, dood en liefde doen zich voor. Om de betekenis hiervan te doorgronden kan ik er maar het beste kunst over maken, dat is tenslotte mijn vak. Het zijn onderwerpen die zich in ieder leven aandienen, en daarmee breder zijn dan mijn eigen beleving.

Eigenlijk ben ik in mijn zoeken naar de zin van de kunst, niet ver verwijderd van de doelstelling waarmee ik mijn studie begon:

“De kunstenaar heeft de tijd en zelfs de verantwoordelijkheid om de cultuur waarin hij leeft, te bezien en daar een commentaar op te leveren door middel van het beeld. Hij heeft beeldende mogelijkheden om de ontwikkeling van het denken in een cultuur vorm te geven en hij vormt zo mede die cultuur”

Toch weet ik nu dat dit niet het hoofdmotief is om naar het atelier te gaan.

Het doodt de creativiteit om het maatschappelijke- of het kunsthistorische belang van de eigen kunst boven dat van de persoonlijke bevlogenheid te stellen. Dat veroorzaakt een krampachtige manier van werken, die ik gaandeweg ook opliep.

Ik werd ziek.

Toen ik voor mijn werk in Parijs was, kreeg ik knetterende hoofdpijn en mijn gezichtsvermogen raakte zo verstoord dat ik voortdurend tegen kleine mensen van links opliep. Ik had een herseninfarct gehad en een dode hoek in mijn gezichtsveld opgelopen.

Beschermengel, 2008, Collectie kunstenaar

Beschermengel, 2008, Collectie kunstenaar

In grote doodsangst kwam ik voor enige tijd op de ateliersofa terecht. Die werd zo heilzaam als de sofa van een psychiater. Ik kwam tot het inzicht dat ik ‘De Kunst’ een te groot-, een oneigenlijk belang had gegeven. Het maken van kunst bleek een soort verkapte doodsangst te zijn, een middel om aan de sterfelijkheid te ontkomen. Dit was te veel eer of beter gezegd: De eigen tekeningen bleken in deze hachelijke situatie geen enkele verlichting te geven.

De voortgang van mijn werk stond, door het slechte zien, op losse schroeven. Ik ontdekte dat het wezenlijke belang van het leven ligt in relaties met de ander, en niet in het maken van een bijzonder oeuvre. Ik moest bereid zijn om het kunstenaarschap op te offeren, zonder dat mijn leven aan zin zou inboeten.

In doodsangst kijk je jezelf aan en overzie je je leven. De rust kwam pas toen ik de kramp van het moeten presteren losliet.  Tijdens die revalidatie las ik de 25 jaar werkboeken door, die ik altijd had bijgehouden. Ik kwam daarin een ander tegen dan ik had verwacht; voor het eerst zag ik mijn diepe bevlogenheid. Ik zag ook dat ik, tegen de stroom van de hedendaagse kunst in, altijd over die wezenlijke relaties had gewerkt en dat die schilderijen en tekeningen gaandeweg inhoudsvoller en zachter waren geworden.

Eve before the fall, 2007, Courtesy Flatland Gallery

Eve before the fall, 2007, Courtesy Flatland Gallery

Vanaf het atelierbed heb ik een half jaar lang met een half oog naar de tekening ‘Eve before the fall’ gekeken. Ik had haar juist voltooid voor ik die beroerte kreeg. Ze begon me steeds meer te ontroeren. De onbeholpenheid van het beentje, de zachtheid van haar huid en de bloemetjes.

Mijn onderwerp, dat vanuit mijn vragen over het christendom was ontstaan, had zich vanzelf steeds meer ontwikkeld naar de diepste inhoud van dat christendom, de troost en de barmhartigheid.

De laatste groet, 2002, Collectie Museum voor religieuze kunst, Uden

De laatste groet, 2002, Collectie Museum voor religieuze kunst, Uden

De moeder, die op haar sterfbed haar kinderen zegent.

Sneeuwklokjes, 2006, Particuliere collectie

Sneeuwklokjes, 2006, Particuliere collectie

De meisjes met sneeuwklokjes, waarvan ik elk jaar in de lente een nieuwe versie maak. Ze bezingen de verwondering en de kwetsbaarheid van het leven.

Vriendentroost, 2006, Particuliere collectie

Vriendentroost, 2006, Particuliere collectie

De Vriendentroost van de mensen die om je heen staan als dat nodig is. Ik had het allemaal al gemaakt.

Toen ik daar lag dacht ik: ‘mocht het zo zijn dat ik weer genoeg kan zien om te werken, dan ga ik verder met het uitwerken van deze troostrijke zachtheid.’

De directie, 2008-2009, Particuliere collectie

De directie, 2008-2009, Particuliere collectie

Daar is nu al een hele serie nieuwe schilderijen, tekeningen en wandtapijten uitgekomen.

Mijn onderwerp keuze, waar ik als een ‘Jona- achtige zendeling’ niet onderuit had gekund. Die al die tijd over de vragen naar de oorsprong, het doel en de zin van het leven was gegaan. De noodzaak van het uitwerken van mijn eigen vragen, dat wat ik vaak als een offer had ervaren, blijkt nu geen offer te zijn maar een groot geluk.

Dit is mijn manier om oude / nieuwe beelden te maken, die mijzelf overkomen en verrassen.

Dank u voor de aandacht.

Janpeter Muilwijk Middelburg,

januari 2010

Henk van Os: Rembrandts ‘Offer van Abraham’ in de Hermitage

http://www.knaw.nl/publicaties/pdf/20051077.pdf

Kees Fens: Martelaar in een dubbelzinnige cultuur

Martelaar in een dubbelzinnige cultuur

Kees Fens, gepubliceerd op 9 februari 1998

Beknoptheid is zelden te overtreffen. In 1984 publiceerde de mediaevist Peter Dronke de overvolle studie Women Writers of the Middle Ages; A Critical Study of Texts from Perpetua (+ 203) to Marguerite Porete (+ 1310). In de eerste alinea van het eerste hoofdstuk wordt Perpetua geïntroduceerd. Alle feiten staan op bewonderenswaardig bondige wijze bij elkaar:

Vroeg in het jaar 203 werd in Cathago Vibia Perpetua, een vrouw van ongeveer tweeëntwintig jaar, gearresteerd, berecht en gevangen gezet; op 7 maart werd zij ter dood gebracht. Zij werd beschuldigd van burgerlijke ongehoorzaamheid: als christen weigerde zij een verplicht Romeins offer ter ere van de keizer te brengen. Op het ogenblik van haar arrestatie was zij nog niet gedoopt; zij kreeg onderricht in het geloof als catechumene. Zij was van voorname huize, goed opgevoed en in ere getrouwd; haar ouders leefden beiden nog; zij had tenminste twee broers, van wie er een, als zij, catechumeen was. Tijdens haar gevangenschap voedde zij zelf haar zoontje. Over haar echtgenoot is niets met zekerheid bekend.’

Alle levensbijzonderheden komen uit een hagiografisch geschrift - geschreven door een tijdgenoot - dat Passio SS. Perpetuae et Felicitatis heet, ‘Het lijdensverhaal van de heiligen Perpetua en Felicitas’. Binnen die hagiografie is een geschrift van Perpetua zelf opgenomen, over haar gevangenschap, de strijd met haar vader, en met de beschrijving van de dromen en visioenen die zij in de gevangenis had. Die tekst is het voorwerp van Dronkes schitterende studie. De grote Erich Auerbach was hem in 1958 voorgegaan. In zijn Literatursprache und Publikum in der lateinischen Spätantike und im Mittelalter schrijft hij enkele zeer indringende bladzijden over de taal van de Passio - een volkser Latijn dan men van een goed opgevoede vrouw zou verwachten - en over het genre dat met dit geschrift ontstaat. Dat men de Passio met zijn verlangen naar het martelaarschap en de bijna vrijwillige keuze ervoor aan Tertullianus, de radicaal uit de oude kerk en de eerste vroeg-christelijke auteur die in het Latijn schreef, heeft toegeschreven, is niet verwonderlijk. Hij was een tijdgenoot van Perpetua en woonde ook in Carthago. Lees meer »

Programma minor Offer

Week 38 - Vrijdag 18 september: 13.00-16.00

Gastlezing 1: Dr. Onno Zijlstra over Religie, kunst en offer: het geval Kierkegaard. Aansluitend werkgroepen en individuele begeleiding.

Spotprent Kierkegaard uit: J. Garff, Søren Kierkegaard: A Biography, Princeton 2005.

Week 39 - Vrijdag 25 september: 13.00-16.00

Instructie en werksessie aan de hand van onderzoeksmodel door docent Grafische Vormgeving Peer Dobbelsteen.

Week 40 - Vrijdag 2 oktober: 8.00 - 16.30 Excursie

Ochtend in het Onze Lieve Vrouwen Klooster van de Benedictinessen te Oosterhout. 9.30 Eucharistie, aansluitend gesprek met Zr. Simone over ‘De Regel van Benedictus’, het leven in het klooster in relatie tot offer. Middag: bezoek aan tentoonstelling over Hermann Nitsch in Museum De Pont (Tilburg). Vervoer: op eigen gelegenheid. Informatie volgt, in elk geval vroeg (7.40) aanwezig zijn op Utrecht CS. Ter voorbereiding: informeer je over de filosofie van René Girard (zie reader) en het werk van Hermann Nitsch.

Hermann Nitsch, museum De Pont Tilburg

Hermann Nitsch, Stations of the cross

Naar aanleiding van bezoek aan museum De Pont te Tilburg: videokunst van Bill Viola.

Bill Viola, The passions from 'Observance', 2002

Bill Viola, een van de dertien stukken uit de serie Intimate Work zoals tentoongesteld in de voorheen opslagplaatsen voor wol in museum De Pont Tilburg

Week 41 -Vrijdag 9 oktober: 13.00-16.00

Inleiding op het artikel uit de Reader: R. Girard, God en geweld. Over de oorsprong van mens en cultuur, Tielt 1993, pp. 1-43, 253-276 door Renée van Riessen. Probeer daarnaast extra informatie op te zoeken over leven, werk en kernconcepten van Girard. Derde werkgroepsessie.

Rene Girard

Week 42 - Vrijdag 16 oktober: 13.00-16.00

Gastlezing 2: Dr. Dorothea Erbele-Küster (Bijbelwetenschapper en oudtestamenticus) over Offer in het Oude Testament. Aansluitend werkgroepen en individuele begeleiding.

Rembrandt van Rijn, Abraham en Isaak, 1634.

Week 43 – Herfstvakantie

Week 44 - Vrijdag 30 oktober: 13.00-16.00

Gastlezing 3: Dr. Lourens Minnema, Religiewetenschapper (VU) over Offers in niet-westerse religies, met name het Vuuraltaar. Lees ter voorbereiding het artikel van Frits Staal in de reader. Aansluitend discussie, werkgroepen/individuele begeleiding.

Week 45 - Vrijdag 6 november: 13.00-16.00

Gastlezing 4: Drs. Elly Stegeman (kunsthistoricus, kunstcriticus en curator SM’s - Stedelijk Museum ’s-Hertogenbosch) over Het offer. Over de gelijknamige film van Tarkovsky, hedendaagse kunst en het vrijmaken van de weg voor het nieuwe. Vervolg werkgroepsessies en individuele begeleiding.

Andrej Tarkowski: Het offer

Andrej Tarkowski: Het offer

Schilderij van Hans Broek

Schilderij van Hans Broek

Tekening

Tekening van V.N. Aji.

Week 46 - Vrijdag 13 november: 13.00-16.00

Gastlezing 5: Dr. Gert van Klinken (historicus van de religie) over Het offer en de oudste vorm van religie in Nederland. Aansluitend discussie, werkgroepen/individuele begeleiding.

Megalieten. Het offer weerspiegelt een werkelijkheidsbeleving waarin 'onder' raakt aan 'boven'.

Megalieten. Het offer weerspiegelt een werkelijkheidsbeleving waarin 'onder' raakt aan 'boven'.

Week 47 - Vrijdag 20 november: 13.00-16.00

Gastlezing 6: Dr. Laurens ten Kate (filosoof, UvH) over Het offer tussen religie en erotiek. Over Georges Batailles atheologie. Aansluitend discussie, werkgroepen/individuele begeleiding. Lees ter voorbereiding: artikelen van en over Bataille in de Reader.

Week 48 Vrijdag 27 november: 13.00-16.00

Gastlezing 7: Mr. Drs. Erik Asscher (is krijgsmachtpredikant bij de Koninklijke Luchtmacht en verricht een promotieonderzoek aan de PThU naar de interactie tussen militairen en krijgsmachtpredikanten) over Offerbereidheid van militairen in oorlogssituaties en situaties waarin humanitaire hulp geboden wordt. Er worden verbindingen gelegd met de theologische thematiek van het offer, de ethiek en de hedendaagse cultuur. Aansluitend discussie, werkgroepen/individuele begeleiding.

Het sneuvelen van militairen als offer

Vanouds spreekt men bij het sneuvelen van militairen over een offer. Daarbij kun je denken aan vrede en vrijheid als hogere doelen die het waard zijn om voor te leven, te vechten, en desnoods voor te sterven. Bij de jaarlijkse herdenkingen op 4 mei worden gevoelens van respect en dankbaarheid getoond jegens de gesneuvelde militairen en hun nabestaanden: zij stierven opdat wij in vrijheid zouden leven. Daartegenover hoor je ook wel eens andere geluiden. Journalisten, politici en kunstenaars belichten de andere kant van de medaille. Zij geven stem aan hun verbijstering en boosheid over de dood van kwetsbare mensen en uiten verzet tegen militaire missies ver van huis waarvan ze de zin niet kunnen inzien. Stem en tegenstem, kunnen die tegelijk klinken in één compositie?

Rooster van de weken 49-51 volgt nog.

Week 02 -Vrijdag 15 januari: 11.00 – 17.00

Op vrijdag 15 januari 2010 vindt het symposium ´Make me an offer´ plaats in het Dominicanenklooster in Zwolle. Filosoof Joachim Duyndam en ethicus Ted van Baarda spreken dan over het thema ‘offeren’. Studenten van ArtEZ en van de Protestantse Theologische Universiteit exposeren hun werk.

Kunst- en theologiestudenten hebben zich, onder begeleiding van dichter en filosofiedocent Renée van Riessen, kunstenaar Paul van Dijk en grafisch ontwerper Peer Dobbelsteen, een semester lang bezig gehouden met het thema ‘offer’. Ze hielden zich bezig met vragen als: Wat betekent het offer in de kunst, in het christendom en in andere religies? Waar offeren we ons vandaag nog voor op?

Het symposium vormt de afsluiting van dit semester en wordt georganiseerd door dAcapo-ArtEZ, het studium generale van ArtEZ hogeschool voor de kunsten, en Protestantse Theologische Universiteit Utrecht/Kampen/Leiden.

Voor het symposium zijn bijzondere gasten uitgenodigd:

Dr. Joachim Duyndam, filosoof en ethicus aan de Universiteit van Humanistiek zal spreken over de plaats van offeren en goedgeefsheid in de hedendaagse cultuur.

Dr. Ted van Baarda, als ethicus verbonden aan de Nederlandse Defensie Academie spreekt over de offerbereidheid van militairen in verband met militaire ethiek;

Beeldend kunstenaar Janpeter Muilwijk vertelt over de ontwikkeling van zijn werk en de religieuze thematiek daarin, hij ontwierp onder andere de nieuwe schutsmantel voor de Zoete Lieve Vrouwe van Den Bosch.

Gelijktijdig met het symposium is de expositie ‘Make me an offer’ te zien. Het werk is door studenten gemaakt in het kader van de minor Beyond Matters. Het symposium wordt afgesloten met een aantal workshops naar aanleiding van het tentoongestelde werk. Studenten geven een korte toelichting, worden verder uitgedaagd door vragen van deskundigen en gaan in gesprek met het publiek.

Datum: 15 januari 2010

Locatie: Dominicanenklooster, Assendorperstraat 29 Zwolle

Programma:

13.00 uur Dr. Joachim Duyndam

13.30 uur Dr. Ted van Baarda

14.00 uur Janpeter Muilwijk

Aansluitend plenaire discussie en een korte pauze

15.00-16.30 Workshops

16.30-17.00 Afsluiting met hapje en drankje.

Zie voor een indruk van deze afsluiting het verslag ervan.

Janpeter Muilwijk, Agnus Dei, 2005, potlood op papier, 152 x 51 cm, Collectie Kamphuis, Haren.

Janpeter Muilwijk, Agnus Dei, 2005, potlood op papier, 152 x 51 cm, Collectie Kamphuis, Haren.

Renée van Riessen: Het offer als bakermat van kunst en religie

Binnen de minor Beyond Matters doen we elk jaar een onderzoek op het grensvlak van religie, kunst en cultuur. Het onderzoek is interdisciplinair, de groep studenten en docenten is dat ook.
Ze zijn afkomstig uit de wereld van beeldende kunst, grafisch ontwerpen, theologie, religiewetenschap, filosofie. Wat hen bindt is belangstelling voor thema’s in het tussengebied van kunst, cultuur en religie.

Dit jaar hebben we voor het Beyond Matters onderzoek gekozen voor het thema offer. Het offer is de oudste vorm van religieus handelen en de oorsprong van beeldende kunst. Maar welke betekenis heeft het nu nog? Is er iets dat ons nog met deze oorsprong verbindt? In deze minor onderzoeken we de plaats die het offer ooit had en nu nog heeft in religie, kunst en cultuur. De theorie komt aan de orde door gastcolleges vanuit o.a. religiewetenschap,  (kunst)geschiedenis, filosofie, culturele antropologie; en er wordt beeldend onderzoek gedaan.

Lees meer »

ReCreatie: Kunst als tweede begin

hyperlink

Programma Food for Thought

Symposium waarin de resultaten van de nieuwe minor Beyond Matters aan het publiek worden gepresenteerd. Studenten uit de wereld van kunst en theologie hebben zich een semester lang bezig gehouden met het thema “voedsel”, in economisch, cultureel, esthetisch, en religieus ethisch perspectief. Ze presenteren hier hun resultaten. Er is medewerking van bijzondere gastsprekers.

De minor Beyond Matters is ontstaan uit samenwerking tussen CABK, ArtEZ academie voor beeldende kunsten en de Protestantse Theologische Universiteit in Kampen. De begeleiding van de minor is in handen van de docenten Renée van Riessen, Peer Dobbelsteen en Paul van Dijk.

Datum: donderdag 29 januari 2009

Locatie: PthU, Koornmarkt 1, Kampen

Toegang gratis / Aanmelden is niet noodzakelijk maar wordt wel gewaardeerd. U kunt dit doen per mail naar n.hendriks@artez.nl

Het symposium wordt georganiseerd door dAcapo-ArtEZ studium generale van ArtEZ

Lees meer »

Resultaten minor Voedsel

Door Marion Groenewoud, bron: Stentor

Afgelopen jaar werkten ze voor het eerst samen: studenten van de Theologische Universiteit Kampen en kunststudenten van ArtEZ. Zij maakten kunstwerken rond het thema ‘voeding’. De resultaten worden getoond bij het symposium ‘Food for Thought’.

“Neem de eucharistie. De priester beoefent een vorm van magie als hij zegt: dit stukje brood is het lichaam van Christus”, stelt projectleider en docente filosofie, Renée van Riessen. Zij noemt religie een vorm van toveren. “Hoc est corpus”, zegt ze snel achter elkaar. ” Waar lijkt dit op? Hocus Pocus, inderdaad. Christus zegt eigenlijk: eet mij op. Dat gaat best ver. Elkaar opeten als de hoogste vorm van liefde.” Met een groep studenten beeldende kunst en theologie ging zij op zoek naar de relatie tussen kunst, religie en voedsel. “Bijvoorbeeld de rol van alcohol binnen religie. Mag je wijn gebruiken? Binnen de islam niet. In het christendom drinken ze in elk geval een slokje en joden moeten wijn drinken bij Pesach.”

Student Ivo Bakker komt gehaast het klaslokaal in Zwolle binnen en trekt een fles uit zijn tas. ‘Goedgevonden’ heet de Zuid-Afrikaanse wijn waarvan hij meteen de dop verwijdert en concludeert: “Dit ruikt goed. Wil je een slokje?” Zijn kunstproject bestaat uit een Indiaas theeritueel dat hij volgende week na het symposium zal bereiden. Medestudente Gea Feddes uit Rutten studeert theologie en onderzocht voor haar project de betekenis van wijn in de bijbel. “Er wordt ongegeneerd wijn gedronken in het Oude en Nieuwe Testament”, beaamt zij. Talrijke citaten vond zij op haar zoektocht. “Opvallend vond ik de gebeurtenissen waarbij wijn als middel werd gebruikt om tot een misdaad te komen. Bijvoorbeeld in II Samuel wordt Amnon dronken gevoerd en vermoord. Ook de dochters van Lot maken hun vader dronken en verleiden hem om een kind van hem te krijgen.” Maar Feddes vond meer positieve betekenissen dan negatieve. “Wijn als genotsmiddel of als beeldende vergelijking. In Genesis 49 wordt gezegd: hij zal zijn kleed in wijn wassen en in druivenbloed zijn gewaad.” Zij verzamelde de teksten op kleine papiertjes, rolde ze op in buisjes en verstopte deze in een grote druiventros van piepschuimballen.

Frank-Jan van Triest uit Kampen studeert ook theologie en maakte een gedicht dat volgende week op de muur wordt getoond. Hij hield zich het afgelopen jaar vooral bezig met ‘het transcendente moment bij het eten’. Van Triest legt uit: “Het gaat hierbij niet zozeer om het eten als ding maar de manier waarop het tot ons komt. Eten als verwijzing naar vroeger. De geur van eten kan herinneringen oproepen.” Van Triest brengt een ode aan koffie. ‘Espresso eroticon’, luidt de titel van het vers. “Ik kan erg genieten van een goede espresso. Ik leg in dit gedicht zowel een religieuze als een seksuele lading. Koffie als iets verhevens en als erotische partner.” Hij leerde van docent Van Riessen die enkele dichtbundels maakte, hoe je een gedicht moet proeven. “Of het past en of het goed smaakt.” Lydia Woort, ArtEZ-studente concentreerde zich ook op ‘het transcendente moment’. Zij maakte een korte videopresentatie met water in de hoofdrol. “Water is het meest basale wat we hebben. Voor mij is het iets hoogstaands geworden. Iets waarnaar je blijft verlangen. Je krijgt dorst bij zien van mijn videobeelden.” Uit de gesprekken met de jongeren blijkt, zoals verwacht, dat theologiestudenten meer redeneren vanuit het woord en kunststudenten vanuit het materiaal. Zoals ArtEZ-student Sjan Top, hij koos voor het thema ‘toveren met voedsel’. Hij legt de laatste hand aan een object van kaarsvet. Het voorwerp lijkt op een wasbak met afvoerputje. Top laat water op het kaarsvet stromen en brengt door middel van geluidstrillingen de vloeistof in beweging. “Er is geen connectie tussen bron en beweging. Dat zie je ook in de supermarkt. De beweging is ons koopgedrag maar waar ons voedsel vandaan komt, is volstrekt onzichtbaar geworden.”

Voor projectleider Van Riessen en haar collega-docenten is de samenwerking geslaagd. “Wij gaan volgend jaar door met deze kruisbestuiving van kunst en theologie. Voor theologen is het goed dat zij teksten leren visualiseren. En voor kunstenaars kan theologie inhoudelijke impulsen geven aan hun werk.” Sjan Top denkt sinds de lessenreeks meer na over zijn voedingspatroon maar houdt vast aan zijn gewoonten. “Je moet je eigen spoor trekken. Ik laat me niet beïnvloeden door commercie.” Hij eet rustig een week pizza’s. “Omdat ik andere prioriteiten heb. Voorheen voelde ik me daar schuldig over. Maar als ik iets geleerd heb het afgelopen jaar, is het berusting. Er komt wel weer een dag dat ik uitgebreid ga koken.”

Pauline Weseman, bron: Trouw

Voedsel, kunst en religie. Hussel ze door elkaar en je krijgt het nieuwe studievak Beyond Matters. Een vak waarin studenten uit de wereld van kunst en theologie voor het eerst gezamenlijk les krijgen én ieder een kunstwerk afleveren.

Het idee voor een gezamenlijk vak kunst en religie kwam van twee kanten, vertelt dr. Renée van Riessen, dichter, docent filosofie aan de Protestantse Theologische Universiteit en een van de begeleiders van het vak Beyond Matters.

„Aan de kant van de theologieopleiding ontstond de behoefte om zich in religieuze zin meer met kunst en cultuur bezig te houden. De kunstacademie ArtEZ in Zwolle en Enschede was op zoek naar meer betekenis; religieuze en culturele verdieping.”

Uit de samenwerking tussen de opleidingen ontstond het keuzevak Beyond Matters dat vrij vertaald ’het spirituele materialiseert’ of ’het spirituele doet ertoe’ betekent. Twaalf bachelor-studenten van beide opleidingen volgden afgelopen half jaar het vak voor het eerst, met het hoofdthema voedsel. Volgend jaar is er een ander thema.

De resultaten en kunstwerken worden morgen gepresenteerd op een symposium met als sprekers onder anderen filosoof Michiel Korthals, theologe Martha Frederiks en slow-designer Carolyn F. Strauss.

Tijdens het vak maakten studenten kennis met theologische en filosofische visies op voedsel. Zo vertelde een biologische kaasboer uit Lunteren hoe hij als een soort koeienfluisteraar van zijn dieren had gehoord dat ze eigenlijk meer ruimte nodig hadden.

Van Riessen is enthousiast: „Theologiestudenten zijn voornamelijk intellectueel bezig, in hun hoofd. Nu werden ze aangezet hun geestelijk werk om te zetten in iets dat concreet en materieel is. De kunststudenten op hun beurt verruimden hun horizon met dit project. Zij zijn vaak wat verkokerd en individualistisch bezig met hun eigen betekenis.”

Niet iedereen vond de religieuze dimensie er even goed uitkomen in het vak. Volgens Van Riessen is het ene kunstwerk inderdaad religieuzer dan het andere, maar kun je je ook afvragen wat religieus is. „De gebruikelijke connotaties met religie zijn bijvoorbeeld kerk of bidden, maar ik ben ervoor om dat te verbreden. Ik vond de koeienfluisteraar bijvoorbeeld erg religieus.”

Religieuze van voedsel zit in samen eten

Martha Frederiks, bijzonder hoogleraar Missiologie aan de Universiteit Utrecht: „In allerlei religies zien we dat alledaagse zaken als voedsel verwijzen naar een transcendente werkelijkheid. Bekend voorbeeld: brood en wijn die tijdens het Avondmaalvoor het lichaam en bloed van Christus symboliseren. Ook offerrituelen verwijzen sterk naar het transcendente. In het hindoeïsme en in Afrikaanse godsdiensten, maar kijk ook naar wat er tegenwoordig op dankdag voor gewas en arbeid wordt tentoongesteld aan fruit en brood. Het doet ons beseffen dat voedsel niet van onszelf is, dat we het hebben gekregen en er iets van terug mogen geven en uitdelen.

Voedsel vervult een rol in rituelen en als taboe (varkensvlees bij moslims en joden) en het heeft een verhalende functie. Zo symboliseert de appel in de christelijke, Europese traditie de val van de mens; in de Noorse, Keltische traditie de eeuwige jeugd, attribuut van de godin Iounn; in de Griekse mythologie tweedracht, naar het verhaal over godin Eris die een gouden appel (opschrift ‘Voor de mooiste’) tussen feestgangers werpt en onder rivaliserende godinnen ruzie veroorzaakt.

De religieuze dimensie van voedsel zit voor mij minder in de symboliek dan in het samen eten, je verbinden met de ander. Als ik mensen uitnodig, zeg ik altijd; ‘Kom eten’. Het bereiden van voedsel is quasireligieus: je neemt er de tijd voor, hebt aandacht voor de herkomst, voor harmonieuze omgang met de schepping. Voor mij geen tomaten in december.”

De spiritualiteit ligt op je bord

Michiel Korthals, hoogleraar toegepaste filosofie aan de Universiteit Wageningen en schrijver van het boek ‘Voor het eten’: „De brug tussen het lichamelijke en het geestelijke, tussen cultuur en natuur is altijd ongelooflijk verwaarloosd in de filosofie. Voeding kan de brug slaan tussen die twee. Door de verwaarloosde aandacht hiervoor kwam in de filosofie te veel nadruk te liggen op de mens als eenzame actor die voedsel in een pil wil. Maar eten is geen vorm van benzine tanken.

De brug die voeding kan slaan tussen het lichamelijke en het geestelijke loopt via genot, (duurzaam) bezig zijn met een product, ook via het besef dat alles wat leeft weer doodgaat, dat er verval is, geboorte en sterfelijkheid, dat je moet luisteren naar je lichaam. Voedsel werpt ook ethische vragen op: mag je alles eten en hoe behandel je voedsel, boeren, landbouw? Als je die inzichten allemaal niet meeneemt in je leven, kom je tekort. Dan probeer je te ontkennen wat niet ontkend kan worden, namelijk dat je ook moet genieten.

De christelijke traditie is lang tegen genieten geweest, maar het lichaam is ook een bron van genieten. Landbouw en eten kun je niet los zien van esthetisch genieten, van kunst. Koken is een kunst waarbij alle zintuigen meedoen. Spiritualiteit ligt in wezen op je bord, dat moet je niet zoeken in het hogere, maar in het lagere. Een goede kok weet hoe hij die spiritualiteit op kan laten opbloeien. Door de opkomst van slowfood komt er gelukkig meer aandacht voor voeding, maar het kan beter.”

Theologen vergeten hoe belangrijk de vorm is

Gerard van Zanden (22) maakte een grafisch werk met vijf menukaarten van (on-)gezonde producten. Hij is vierdejaars theologiestudent aan de Protestantse Theologische Universiteit in Kampen: „Tijdens de lessen over voeding en religie raakte ik gefascineerd door eeuwig leven en kwaliteit van leven. Ik kwam uit bij gezond eten en leven.

Maar, zo dacht ik: bij gezond leven hoort genieten en lekker eten, ook al is het soms ongezond, zoals een hamburger. Zo ontstond het idee om vijf menukaarten te maken in hamburgervorm. Daarin staan vijf voedingsmiddelen met hun voedingswaarde afgebeeld, van gezond naar ongezond: een prei, appel, bord spaghetti, zakje nootjes en een hamburger. Hoe lekkerder het product, des te kleiner zijn de voedingswaarden afgedrukt. Bij de hamburger kun je ze bijna niet meer lezen. Het gaat alleen nog om de vorm.

De brug met religie is wat ver te zoeken. Religie raakte in de opleiding sowieso wat uit beeld. Dat vond ik jammer. Wel heb ik me door dit vak beseft hoe belangrijk vorm is. Theologen vergeten dat vaak. Om iets te presenteren is een goede combinatie nodig van vorm en inhoud.

Ook ben ik me bewuster geworden van de religieuze betekenis van voedsel. Tijdens het avondmaal besef ik nu dat het nemen van brood en wijn als symbool voor deelname aan het lichaam van Christus zo’n sterke betekenis krijgt, dat het oorspronkelijk doel van voedsel – bevredigen van primaire levensbehoeften – volledig verdwijnt.’’

Ik wilde mezelf confronteren met wat ik eet

Ulrike Siebe (31) fotografeerde tijdens de minor Beyond Matters veertig dagen lang alles wat ze at. Ze is derdejaars studente gemengde media aan AKI ArtEZ, academie voor beeldende kunsten Enschede. „Ik wilde mezelf confronteren met wat ik eet. Wat mij opviel in de ruim tweehonderd foto’s is hoe ongezond ik eet. Best veel zoete dingen. Anderen die mijn werk zien, medestudenten vooral, vinden juist dat ik erg gezond eet. ‘Kook je altijd?’ vragen ze dan, maar zij eten vaak een pizza of een frietje. Ik heb ook ontdekt dat ik als Duitse na drie jaar in Nederland nog erg Duits eet: veel biologisch en altijd verse groente. Maar het zou nog gezonder kunnen. Aan de andere kant wil ik me niet teveel laten leiden door het westerse gezondheidsideaal. In andere culturen is het eten ook prima.

Ik zie in mijn project niet zo’n religieuze dimensie, behalve dan dat de duur, veertig dagen, verwijst naar bijbelse perioden zoals de vastentijd. En misschien ook dat iedere kijker meer ziet dan de foto’s, dat wat er te zien is. De foto’s roepen herinneringen op aan maaltijden en vrienden. Het inspireert mensen om bewuster te leven. Het project hoefde van mij niet zo religieus te zijn. Mijn geloof – ik ben christen – speelt zich meer af in het alledaagse, onder meer in het goed omgaan met aarde en medemens. Dat doen veel niet-christenen ook.’’

Symposium Beyond Matters ’Food for thought’, donderdag 29 januari, 12-17u, Protestantse Theologische Universiteit, Koornmarkt 1, Kampen. Aanmelden n.hendriks@artez.nl