Leerdoelen
Het kunnen combineren van maken en denken:
- Een eigen onderzoeksvraag kunnen formuleren op basis van theoretische kennis en eigen inzichten en fascinaties.
- Zowel inhoudelijk als beeldend onderzoek kunnen doen vanuit een theoretische context.
- Lateraal kunnen denken: Het kunnen toepassen van het ‘wilde denken’, waarbij materie, materialiteit, zintuiglijke ervaring en het irrationele de belangrijkste kennisbronnen zijn.
- Lateraal kunnen denken: Kritisch kunnen denken, kunnen abstraheren en reflecteren.
- Eigen onderzoek (inhoud en proces) kunnen visualiseren in beeld en/of tekst, waarbij het van belang is zich te kunnen verhouden tot de materie en het vormgeven van de materie: materialen, het tastbare, het maken.
- In staat zijn om in vrijheid op alle mogelijke wijzen te zoeken naar antwoorden, waarbij functionaliteit, doelmatigheid en juistheid (goed/fout) geen criteria zijn.
- Eigen onderzoek (inhoud en proces) inzichtelijk kunnen maken voor derden door middel van een tentoonstelling en mondelinge presentatie.
- Het kunnen hanteren van vrijheid van het woord en van het beeld. Er worden ten aanzien van de uitingsvormen geen restricties opgelegd.
- Inzichten van anderen kunnen gebruiken ter inspiratie en verrijking.
- Samen kunnen werken met andere disciplines.
- Inzicht hebben in de eigen identiteit, rol en positie in een multidisciplinair team.