Hoofdstuk 3: De vroege klassieke periode: opera en lied
3.5 Operahervorming
Vanaf 1750 is er sprake van een reformbeweging: de genoemde excessen in de opera seria (virtuozendom) en de steeds hoger wordende eisen van de opera zanger aan componisten (m.b.t. coloraturen) werden een halt toegeroepen door hervormingen in de opera

3.5.1 Acties hervormingen
Een nieuwe poging werd gedaan om de drama en de muziek op elkaar af te stemmen, zoals in Franse tragédie lyrique; dit werd gezien als 'natuurlijker'

  • Eliminering van coloratuur en virtuoze elementen
  • Nadruk op recitativo obbligato, begeleid door het gehele orkest
  • Nieuwe functie orkest als drager van de dramatische actie
  • Herintroductie van koren in de opera
  • Afwisseling aria en recitatief minder star ten behoeve van het drama
Deze hervormingsbeweging werd geleid door twee Italiaanse componisten Nicolò Jommelli (1714-1774), die werkte in Stuttgart, Duitsland en Tommaso Traetta (1727-1779), die werkte in Parma, Italië

3.5.2 Christoph Willibald Gluck
Gluck(1714-1787) kwam onder invloed van de opera's van Händel, Rameau en Lully tot een synthese van Franse en Italiaanse opera-genres. Men zegt wel: hij kwam met een nieuwe mix van Italiaanse melodische lichtheid, Duitse ‘strengheid’ en Franse grandeur en monumentaliteit.

Als hervormer van de opera maakte hij de ouverture tot een integraal onderdeel van de opera, die als het ware door het presenteren van de hoofdthema’s uit het stuk, de korte inhoud van het drama weergeeft en gebruikte het orkest (evenals het koor dat weer een rol kreeg) voor dramatische doelen De da capo aria is bij hem niet langer norm; in het algemeen brak hij met alle van te voren vaststaande vormschema’s. Als kind van zijn tijd streefde Gluck naar 'schone eenvoud' en natuurlijkheid in de declamatie.

Glucks Opera's: Orfeo ed Euridice (Wenen, 1762), Alceste (Wenen, 1767), Iphigénie en Aulide (Parijs, 1774), Iphigénie en Tauride (Parijs, 1779)

3.5.3 Querelle des bouffons
In 1752 woedde er in Parijs een ruzie: de Querelle des bouffons, 'de onenigheid tussen de bouffons’ (= de komische acteurs)'; deze betrof twee groepen:

  • aanhangers van de Italiaanse opera die protesteerden tegen de ouderwetse, statische en pompeuze Franse opera
  • aanhangers van de Franse operatraditie
Jean-Jacques Rousseau was fan van de Italiaanse opera, en hierom en vanwege de standpunten van andere belangrijke lieden verloor de Franse opera van Lully and Rameau aan populariteit. Echter, Gluck slaagde erin de koers om te draaien door zijn hervormingen en liet zien dat, i.t.t. wat Rousseau dacht, de Franse opera in de Franse taal geschreven en uitgevoerd kon worden. Glucks rivaal in Parijs was Niccolò Piccinni, de Italiaanse componist van Napelse opera’s (zie vorige hoofdstuk).

Luisteropdracht

Partituur:klik hier, Gluck: Orfeo ed Euridice
Audio:www.naxosmusiclibrary.com, CD code: 8.660064 (Gluck: Orfeo ed Euridice)

vorige | volgende