Hoofdstuk 3: De vroege klassieke periode: opera en lied
3.6 Lied
In Duitsland was er een bijzondere ontwikkeling: de opkomst van het lied. Het lied heeft alle trekjes van het volklied: eenvoudige vorm (rustig ritme, kleine ambitus, geen moeilijke intervallen, syllabisch=per lettergreep één toon, gemakkelijk te zingen en te onthouden) en een overzichtelijke indeling naar de delen van het gedicht. Vaak voorzien van een eenvoudige klavierbegeleiding. Tussen 1750-1800 bundels liederen met klavierbegeleiding uitgegeven. Belangrijk centrum voor het lied was de Eerste Berlijnse School met componisten als J.J. Quantz (1697-1773), K.H. Graun en C.P.E. Bach en de liedexperts van de Tweede Berlijnse School Johann Abraham Peter Schulz (1747-1800) en Johann Friedrich Reichardt (1752-1814).
Ook in deze tijd van eenvoud wordt de vraag gesteld welke liederen kinderen konden begrijpen en uitvoeren: de Kinderlieder van Johann Adam Hiller (1728-1804) is daarvan het resultaat.

Studie-opdrachten

Opdracht:bestudeer melodie van Der Mond is aufgegangen
Partituur:klik hier, Schulz: Der Mond ist aufgegangen

vorige | volgende