Hoofdstuk 1: Muziek in het Oude Griekenland en in de vroeg-christelijke kerk
1.2 Muziek in het oude Griekenland
Van de Griekse en Romeinse muziekcultuur is, in tegenstelling tot andere kunsten, weinig bewaard gebleven. Wel weten we, dat in beide beschavingen muziek een belangrijke plaats innam. De reden van het verdwijnen van de muziektradities van de vroege middeleeuwen is dat deze muziek vaak verbonden was met thema's en rituelen die de christelijke kerk afkeurde. Desondanks bleef er wel wat bewaard en was de oude muziektheorie de basis voor de middeleeuwse muziek.

1.2.1 Muziek en religie
Muziek en religie waren onlosmakelijk met elkaar verbonden. Elke religieuze cultus was gewijd aan een bijzondere god of godin en had zijn eigen muzikale stijl en instrumenten. Zo werden snaarinstrumenten als lyra en kythara in de erdienst van Apollo gebruikt.

1.2.2 Grieks denken
Sommige van de door de oude Grieken als Plato (427-347 voor Chr.) en Aristoteles (384-322 voor Chr.) geformuleerde concepten over muziek hebben middeleeuwse denkers en musici be´nvloed:

  1. Muziek en getal
    Pythagoras verbond intervallen aan getalsverhoudingen waarmee een relatie werd gelegd tussen muziek en de harmonie van de kosmos.
  2. Ethosleer
    Ethosleer is het geloof dat muziek morele kwaliteiten bezit en menselijk karakter en gedrag kan be´nvloeden. Aristoteles schreef dat muziek de gemoedstestanden (passies, hartstochten) imiteert en dat luisteren naar verkeerde muziek het karakter van een persoon negatief be´nvloed (theorie van imitatie). Plato en Aristoteles geloofden beiden dat er in het onderwijs een evenwichtige verhouding moet zijn tussen lichamelijke oefening en muziek. Pas dan kan er een gezonde persoonlijkheid worden ontwikkeld.
1.2.3 Kenmerken Griekse muziek
Wat er aan Griekse muziek overgeleverd is, komt uit relatief late perioden, niet ver voor of na Christus. Meestal gaat het om eenstemmige melodiefragmenten, die waarschijnlijk op een heterofone manier zijn uitgevoerd. Het lijkt erop dat het muzikale ritme van de liederen werd bepaald door het ritme van de tekst.

heterofonie (8K)
Een voorbeeld van heterofonie: twee stemmen die hetzelfde doen...

1.2.4 Grieks muzieksysteem
De Griekse muziektheorie bestond uit zeven onderdelen: tonen, intervallen, toonladders, toonaarden, modulatie en melodie. Het tetrachord was de bouwsteen van muzikale toonladders. Alle tetrachorden omvatten vier tonen over een afstand van een kwartinterval, maar tetrachorden onderscheiden zich van elkaar door de intervallen tussen de 2e en 3e toon. Consonanten waren kwart, kwint en octaaf.

tetrachord (7K)
Een voorbeeld van een tetrachord

vorige | volgende