Hoofdstuk 2: het wereldlijke lied in de middeleeuwen (400 - 1450)
2.3 Volkliederen
Naast het middeleeuwse kunstlied kennen we ook nog de volkliederen. Tot de volksliederen behoren liefdesliederen, drinkliederen, verhalende liederen (ballades), werkliederen, liederen bij jaarfeesten (zoals Kerstmis, Sinterklaas, Pasen, Seizoenen), strijdliederen. De makers van middeleeuwse volksliederen zijn veelal anoniem en de liederen worden in principe mondeling overgeleverd. Pas tegen het einde van de Middeleeuwen worden ook melodieŽn van volksliederen genoteerd.

speellieden (21K)   Voor de bloei van de Europese cultuur in de late middeleeuwen zijn de rondtrekkende jongleurs (speellieden, voordrachtkunstenaars, goochelaars, pantomimespelers) zeer belangrijk, maar in feite staan ze in laag aanzien: zeer gewild op markten en feesten omdat ze voor het noodzakelijke vermaak zorgen, maar het blijven zwervers, zoals mannen, die als jongen naar een klooster waren gestuurd en het als monnik niet konden uithouden. Of mislukte studenten van de in de late Middeleeuwen in de steden opgerichte universiteiten: "zwervers met een goede opleidingĒ. Zij verzorgen ook de dansmuziek (bijvoorbeeld de estampie).

vorige | volgende