Hoofdstuk 2: het wereldlijke lied in de middeleeuwen (400 - 1450)
2.5 Middeleeuwse instrumenten
Aanwijzingen over instrumenten en hun gebruik is te vinden op schilderijen en in schriftelijke bronnen. Ensembles waren vocaal-instrumentaal of alleen instrumentaal. Instrumenten kunnen met de zangstemmen hebben meegspeeld of hebben wellicht ook een partij voor hun rekening genomen.

Instrumenten werden ingedeeld in haut en bas op basis van hun klanksterkte: haut en bas moet je dan vertalen als hard en zacht (dus niet als hoog en laag). Tot de zachte instrumenten behoren onder meer de snaarinstrumenten zoals harp en luit en de fluiten. Tot de harde instrumenten behoren onder meer schalmeien, zinken en trompetten (deze werden vooral ingezet in de open lucht bij feestelijke of plechtige gelegenheden). Toetstrumenten als clavichord, clavecimbel en orgel (poratief, positief en orgels met pedaalwerk -te bespelen met de voeten) werden pas in de 14e en 15e eeuw uitgevonden.

Handig is onderstaande tabel met middeleeuwse en renaissance instrumenten: klik op de links voor achtergrondinformatie, geluidsopnamen en filmpjes!

Bagpipe Bladder Pipe Cornamuse Crumhorn
Dulcian Dulcimer Gamba Gemshorn
Harp Harpsichord Hirtenschalmei Hurdy-Gurdy
Kortholt Lizard Lute Mute Cornett
Organetto Percussion Pipe and Tabor Psaltery
Rackett Rauschpfeife Rebec Recorder
Sacbut Schalmei Serpent Shawm
Shofar Transverse Flute Viol Zink

vorige | volgende