Hoofdstuk 3: Het ontstaan van polyfonie in de muziek van de 13e eeuw
3.1 Inleiding
De muziekgeschiedenis van de Middeleeuwen is wat de kerkmuziek betreft de geschiedenis van de polyfonie (= meerstemmigheid): de stemmen in een polyfone compositie leiden een eigen leven, gaan min of meer onafhankelijk hun gang (zie volgende hoofdstuk).

De eerste beschrijvingen van polyfonie zijn te vinden in de 9e eeuw. Je kunt dus aannemen dat er al veel eerder sprake was van polyfoon zingen. Polyfonie is een onderscheidend kenmerk van Westerse muziek. De ontwikkeling ervan vond vooral plaats vanaf de 13e eeuw door (mannelijke) componisten in dienst van de kerk. De composities zijn meestal gebaseerd op een Gregoriaanse cantus firmus, die een belangrijk vomgevend principe blijkt, ook in de eeuwen erna.

Ook buiten de kerk kwam er -zoals we al eerder zagen - in een kring waarbinnen muziek een steeds belangrijkere rol ging spelen: het hof met een elitaire, hoofse cultuur, die vanuit Zuid-Frankrijk over heel Europa zich verspreidde. De aristocratie nam deel aan uitvoering en compositie van wereldlijke monofone*, mogelijk op de dans ge´nspireerde muziek en wellicht "begeleid" door slagwerkinstrumenten. Vanaf de 14e eeuw zien we dat wereldlijke muziek ook polyfoon gecomponeerd wordt, niet zozeer door de aristocratie maar juist door experts (= leden van de universitair-geschoolde elite van de kerk; dit verklaart overigens het gebrek aan vrouwelijke componisten van polyfonie).

* veel muziek aan het begin van de Middeleeuwen was monofoon: eenstemmig en onbegeleid

terug naar menu | volgende