Hoofdstuk 3: Het ontstaan van polyfonie in de muziek van de 13e eeuw
3.2 Polyfonie versus homofonie
Bij polyfonie kan de onafhankelijkheid van de stemmen zo groot zijn, dat ze dikwijls ook een eigen tekst hebben. Dat ervaar je goed bij een canon. En een canon is een bij uitstek polyfone compositietechniek. Luister naar het volgende voorbeeld.

summer_is_icumen_1 (31K)

Luisteropdracht

Audio:www.naxosmusiclibrary.com, CD code: CHAN9396, track 20 (Summer is icumen)

Het totaal is dan feitelijk onverstaanbaar, maar daarbij moet je bedenken dat muziek in deze tijd vooral 'doe' muziek is: de uitvoerders zijn tevens de luisteraars; publiek in onze zin van het woord bestond nog niet. Een 'partituur' bestond niet: men zong van partijen. Muziek werd additief, dus stem voor stem gecomponeerd. Meestal op een bestaande melodie (cantus firmus), die aanvankelijk uiteraard vooral geestelijk was (de liturgisch voorgeschreven Gregoriaanse melodie), later werd men hierin wat losser en gebruikte men ook wel wereldlijke melodieën zoals het bekende L'homme armé.

Tegenover polyfonie staat homofonie. Homofonie moet je verbinden met termen 'melodie en begeleiding': een vorm van meerstemmigheid, waarin één stem de hoofdstem, de melodie is, en de overige stemmen een begeleidende functie hebben. Deze tegenstemmen zijn ondergeschikt en relatief onbelangrijk. Je zou kunnen zeggen dat er bij homofonie niet sprake is van melodische gelijkwaardigheid tussen de stemmen.

Homofonie kan onder meer worden bereikt als in een meerstemmig stuk alle stemmen hetzelfde ritme hebben (homoritmiek), zoals bij de uitwerkingen van onze harmonie-opgaven. De bovenstem trekt dan melodisch de meeste aandacht en de andere stemmen klinken bijna automatisch als ondergeschikt. Luister naar de volgende soundtrack.

Luisteropdracht

A Robyn, gentil Robyn: klik hier

vorige | volgende