Hoofdstuk 3: Het ontstaan van polyfonie in de muziek van de 13e eeuw
3.4 Organumcomponist Leoninus
In het Notre Dame-repertoire, dat rond 1200 ontstond in de kathedraal van Parijs, hebben de stemmen een hoge mate van zelfstandigheid en beweeglijkheid bereikt. Het is een van de eerste hoogtepunten van meerstemmige muziek in West-Europa. Het gaat nog steeds om een versiering van het Gregoriaans, dat geheel in tact blijft (het was volgens de legende immers heilige muziek waaraan niets veranderd mocht worden). Perotinus en zijn voorganger Leoninus waren als kanunniken (kathedraalbestuurders) verbonden aan de Notre Dame in Parijs. Ze staan bekend als de eerste van naam bekende West-Europese componisten. Leoninus en Perotinus zijn feitelijk anonieme componisten over wie, behalve naam en werkplek, verder niets bekend is. Ondanks de enorme populariteit van het Notre Dame repertoire (het wordt overal in Europa in manuscripten gevonden) zijn hun namen stom toevallig overgeleverd in een opstel van een Engelse student, ironisch genoeg zélf bekend geworden onder de naam Anonymus IV. Zonder dit manuscript waren Leoninus en Perotinus net zo anoniem geweest als alle andere componisten van kerkmuziek uit de twaalfde en dertiende eeuw.

3.4.1 Leoninus (ca. 1163–1190)
Leoninus stelde het Magnus liber organi samen, dat organumstukken voor mis en getijden op hoogtijdagen bevat.

  1. Syllabische passages van de Gregoriaanse melodie werden uitgewerkt en gemaakt als melismatisch organum
  2. De melismatische passages van de Gregoriaanse melodie werden geschreven in een discantstijl (noot-tegen-noot). Deze afgeronde gedeelten werden clausula genoemd (zie hierna).
Download en bestudeer het organum duplum Viderunt omnes (een organum met twee stemmen) van Leoninus. In de onderstem klinkt de Gregoriaanse melodie in lange tonen waarboven de vox organalis in een snelle beweging klinkt. Dit organum is dus een melismatisch organum.

Luisteropdracht

Partituur:klik hier, Viderunt omnes, Leoninus
Audio:www.naxosmusiclibrary.com, CD code: 8.557340, track 3 (Viderunt omnes, Leoninus)

3.4.2 Ritmische interpretatie
Bovenstaande driedelige ritmische interpretatie van Leoninus’ organum is mogelijk niet authentieke ritmische interpretatie van de bovenstem. Immers het is niet bekend hoe het manuscript met Leoninus’ organum ritmisch geďnterpreteerd moet worden. Vermoedelijk was er in de uitvoeringspraktijk een streven naar een expressieve improvisatie boven een reeks langzame bourdontonen. De ritmische interpretatie is driedelig.

vorige | volgende