Hoofdstuk 3: Het ontstaan van polyfonie in de muziek van de 13e eeuw
3.7 Motet
Al in Notre Dame-manuscripten zijn clausulae, dus delen uit organa, te vinden, waarbij aan de bovenstemmen nieuwe teksten zijn toegevoegd en iedere stem een eigen tekst heeft. Aldus ontstaat een merkwaardige, meerstemmige compositie, gebaseerd op een Gregoriaanse tenor, waarin, afhankelijk van het aantal stemmen, twee of drie verschillende teksten tegelijk worden gezongen terwijl de Gregoriaanse melodie (en de Latijnse tekst, meestal maar één woord) gehandhaafd blijft...Dergelijke werken worden motetten genoemd (vgl. Franse woord "mot" dat woord betekent).

Klik hier voor een voorbeeld van de gang van een clausula naar het motet

Soms gaat het bij deze tekstuele toevoegingen om religieuze teksten die als een soort commentaar op de tekst van de Gregoriaanse tenor fungeren, maar er zijn ook versies met bijvoorbeeld een vroom Maria-lied in de tenor terwijl de bovenstemmen de 'aardse liefde' bezingen, vaak in de 'volkstaal', het Frans. Er worden in zo;n geval dus niet alleen meer teksten tegelijk gezongen, maar ook nog eens verschillende talen.

motet1 (14K)

Vertaling van de complete tekst:
Onderstem: Veritatem, de waarheid (Gregoriaans fragment)
2e stem (= motetus): Aan de haard gezeten in de koude maand januari, eet ik graag vlees en vette kapoen. Daarbij dan een aardig meisje, dat zingt en vrolijk is, een goed glas wijn, een helder vuurtje zonder rook, en dobbelspel, dat is mijn plezier.
3e stem (triplum): Liedje ga snel naar de nachtegaal in het bos en zeg dat hij aan het blonde meisje met de heldere ogen mijn groet brengen en zeggen moet, dat ik haar lief heb, maar het niet durf te bekennen.

3.7.1 Muzikale kenmerken van het motet
De tenor melodie (cantus firmus) is meestal ontleend aan het Gregoriaans (aan het einde van de 13 eeuw ook ontleend aan andere bronnen), voorzien van herhaalde ritmische patronen. De bovenstemmen (de tenor is de onderste stem!) worden -gerekend vanuit de tenor als eerste stem- genoemd: motetus (2e stem), triplum (3e stem) en quadruplum (4e stem)

motet2 (18K)

De hiervoor gegeven beschrijving van het motet voldoet aan de motetstijl van begin 13e eeuw. Later in de 13e eeuw kwamen er allerlei varianten. Twee ontwikkelingen laten zich dan zien:

  1. De tenor ontleent op vrije wijze zijn melodie aan het Gregoriaans; van een één-op-één-verhouding is dan niet meer sprake: tonen worden weggelaten of toegevoegd.
  2. Ritmische differentiatie tussen de motetus en de triplum. Het bovenstaande voorbeeld laat dat ook al zien: de motetus is geschreven (soms wat vrij) in de ritmische modus 1, de triplum in modus 6 (klik hier). Daarbij komt nog de aparte ritmiek van de tenor. Kortom: drie ritmische niveaus. In dit verband worden wel typen motetten onderscheiden:

    • Het motet met de snelste ritmiek in de bovenstem (‘franconiaanse motet’, genoemd naar de 13e eeuwse invloedrijke theoreticus Franco van Keulen). In onderstaand voorbeeld zie je dat de bovenstem ook even van plaats verwisselt (maar toch bovenstem blijft).

      motet_vankeulen (7K)

    • Het motet met een snel triplum met kleine notenwaarden, een langzamer duplum boven langzame aangehouden tenortonen (motet in de stijl van Petrus de Cruce)

      motet_cruce (13K)

    • Het motet waarin alle stemmen min of meer dezelfde ritmiek hebben

      motet_homoritmiek (48K)
Vanuit Parijs heeft dit nieuwe genre (i.e. het motet) zich over heel Frankrijk verspreid. De hele dertiende eeuw door zijn er duizenden nieuwe motetten geschreven. Ook bij deze nieuw gecomponeerde motetten ligt meestal een (gedeelte van een) Gregoriaanse melodie in de tenor, maar soms worden ook wereldlijke liederen of instrumentale dansen gebruikt. De componisten van motetten zijn doorgaans anoniem.
Rond 1300 publiceerde de in Parijs werkzame Johannes Grocheo zijn traktaat De Musica. Daarin geeft hij aan dat het motet zich altijd heeft ontwikkeld in het milieu rond kerk en universiteit (dus niet het hof), als een aangename tijdpassering voor intellectuelen en professioneel geschoolde zangers: de geestelijke bovenlaag van de samenleving. Met het toevoegen van wereldlijke teksten aan de clausulae begint het motet zich los te maken van het kerkgezang, waaruit het was voortgekomen.

vorige | volgende