Hoofdstuk 4: Franse en Italiaanse muziek in de 14e eeuw
4.1 Inleiding
De 14e eeuw is een eeuw van grote onrust. Gedurende een groot gedeelte van de 14e eeuw waren er twee pausen-een in Rome en in het Franse Avignon - hetgeen leidde tot kritiek op de kerk. Het gezag van de kerk neemt af, scheiding tussen kerk en staat begint zich af te tekenen en de eerste signalen van toenemende secularisatie worden zichtbaar. Deze ontwikkelingen hebben effecten op uiteenlopende terreinen.

In de muziek zien we onder meer veranderingen op ritmisch gebied: de met de DrieŽenheid geassocieerde perfecte driedeligheid is niet langer norm. Tweedeligheid komt nu ook vaak voorÖalhoewel imperfect genoemd. In de 14e eeuw was het centrum van het muzikale leven niet alleen in Frankrijk (Ars Nova genaamd) maar ook in ItaliŽ (hier Trecento genaamd).

Verhandelingen uit 1322/1323 introduceerden voor deze nieuwe periode met haar nieuwe stijl de term Ars Nova en noemden Philip de Vitry (1291-1361) als de uitvinder ervan. Neemt niet weg dat oudere stijlen werden verdedigd door conservatieven die kritiek hadden op de nieuwe stijl.

4.1.1 Ars Antiqua
Ars Antiqua is een term, die voor het eerst gebruikt werd door 14de eeuwse muziektheoretici. Zij duidden er de polyfone stijl die aan de Ars Nova (=Franse stijl van de 14de eeuw) vooraf ging mee aan. Grofweg gezegd is stijl van de Ars Antiqua dus de stijl van de 13de eeuwse Franse polyfonie rond de Notre Dame School.

terug naar menu | volgende