Hoofdstuk 4: Franse en Italiaanse muziek in de 14e eeuw
4.2 Een vergelijking: Ars Nova en Trecento (14e eeuw) versus Ars Antiqua
Enkele gemeenschappelijke kenmerken van de Ars Nova en Trecento staan hieronder, afgezet tegen de usances in de Ars antiqua (de periode zo tussen 1250-1320 met de Notre Dame school als belangrijk centrum):
  • Meer wereldlijke dan geestelijke muziek
  • Vaker nieuw gecomponeerde muziek en dus minder vaak geleend materiaal zoals een cantus firmus (tenor),
  • De voorkeur voor de ritmische driedeling (tempus perfectum) maakt plaats voor een tweedeling (tempus imperfectum). De ritmische modi werden ingeruild voor ingewikkelder ritmen.
  • Melodische en ritmische profilering van de bovenstem.
  • Voorkeur voor tertsen en sexten i.p.v. de volkomen consonanten.
  • Muzikale stereotiepen: de Landini cadens

    landini (1K)
    veel voorkomende afsluitingen in de Ars Nova/Trecento

    Uit afsluiting A ontstaat afsluiting B (ook wel Machaut kadens genoemd), waaruit dan cadens C voortkomt die de Landini-cadens wordt genoemd.
De benaming Ars nova wijst op een aantal vernieuwingen die in de eerste plaats betrekking hadden op de techniek (ars) van de muziek. De voornaamste wijzigingen t.o.v. de Ars antiqua zijn:
  1. Er kwam een maat-systeem in gebruik, dat de mogelijkheden t.o.v. vroeger sterk uitbreidde. De 2-delige maatindeling werd naast de 3-delige gebruikt.
  2. De modale ritmiek heeft zijn langste tijd gehad.
  3. De duur van de noten kunnen steeds duidelijker worden vastgelegd, ook kleinere notenwaarden zijn als zelfstandige waarden aanvaard. De componisten krijgen hierdoor steeds meer gereedschap om hun muziek exacter te noteren. Het notenschrift gaat steeds meer op het huidige lijken.


ars_nova (5K)
een transcriptie van een motet uit de Ars Nova (tempus perfectum) in hedendaags notenschrift

vorige | volgende