Hoofdstuk 4: Franse en Italiaanse muziek in de 14e eeuw
4.3 Muzikale vormen in de Ars Nova
Twee vormen waren in de Franse Ars Nova van belang:
  1. Het isoritmisch motet (4.3.1)
  2. Refreintype: ballade, rondeau en virelai (4.3.2)
4.3.1 Het isoritmisch motet
Het isoritmisch motet is nog steeds gebaseerd op het Gregoriaans. Het bevat 2 ingrediënten: toonhoogte en ritme. De melodie in de tenor heet de ‘color’ (toonhoogte). Deze color wordt in een isoritmisch motet steeds herhaald. Een tweede ingrediënt is de talea: een ritmisch patroon dat langer is dan de oude ritmische modi en een andere lengte heeft dan de color. Deze talea wordt ook steeds herhaald.
Resultaat vanwege de ongelijke lengten van color en talea is dat de verhouding tussen melodie en ritme steeds verandert (zie voorbeeld hieronder).
De bovenstemmen van het motet zijn vrij; ze kunnen gebruik maken van het isoritmisch principe. Voor deze bovenstemmen (vaak met verschillende tekst) wordt soms de hocquetus-techniek gebruikt.

Voorbeeld

color_talea (3K)
isoritmiek: spel van color en talea

Overigens heeft de 20e eeuwse componist Anton Webern teruggegrepen op deze techniek: hij componeerde in 1924 zijn opus 17 (Drei Volkstexte voor sopraan, klarinet, basklarinet, viool/altviool) waarbij hij toonhoogte en toonduur apart organiseerde.

4.3.2 Refreintype: ballade, rondeau en virelai
Componisten toonzetten veel strofische gedichten over de hoofse liefde met een voorkeur voor een refreinvorm. Onderstaande vormen hebben dus een refrein gemeenschappelijk. Deze vormen worden tot vaste vormschema’s gedurende tot 2 eeuwen erna: formes fixes.

  1. Ballade
    De ballade is een 3-stemmig lied, waarvan elke strofe de vorm heeft van s-s-a (=R) ofwel Stollen-Stollen-Abgesang (=Refrein) en waarbij de melodische en ritmische activiteit in bovenstem ligt. De bovenstem heeft de tekst; de onderstemmen tenor and contratenor) zijn instrumentaal.

    TIP: FLASH-animatie met een ballade van Machaut: klik hier

  2. Rondeau
    De rondeau is een 3-stemmig lied met een vokale bovenstem en twee begeleidende onderstemmen in een langzamere beweging; afgeleid van een vormtype dat de trouvères gebruikten: R-a-R’-a-b-R (met een tweedelige R=AB en R’= A)

    TIP: FLASH-animatie met een rondeau van Machaut: klik hier

  3. Virelai
    De virelai is eveneens afgeleid van een vormtype dat de trouvères gebruikten, soms in een polyfone zetting. Zijn vormschema is: R-s-s-a-R (Refrein-Stollen-Stollen-Abgesang-Refrein), waarbij b en R hetzelfde kunnen zijn.

    virelai (18K)
    Legenda:

    de rode R = tweedelige refrein en de blauwe ssa = driedelige couplet waarbij de blauwe a weer tweedelig is

    TIP: FLASH-animatie over een rondeau van Machaut: klik hier

    vorige | volgende