Hoofdstuk 4: Franse en Italiaanse muziek in de 14e eeuw
4.4 Guillaume de Machaut
Machaut is de belangrijkste dichter/componist van de veertiende eeuw, met een groot en divers repertoire. Belangrijk in zijn oeuvre is het grote aandeel dat dichtwerken zonder muziek innemen. In een manuscript dat tegenwoordig in Parijs wordt bewaard, nemen deze 366 van de in totaal bijna 500 bladzijden in. Pas tot slot komen de werken (deels) met muziek: 22 lais (lange verhalende gedichten, 6 zonder muziek), 23 motetten (in de officiële uitgave van zijn composities staan 24 motetten), de beroemde isoritmische Messe de Notre Dame, de Hoquet David (zijn enige instrumentale stuk), en dan de ballades, rondeaus (alle meerstemmig) en virelais (6 zonder muziek, 25 eenstemmig, 7 meerstemmig). Bij deze laatste drie genres gaat het om coupletliederen, wereldlijke poëzie, geschreven volgens vaste vormschema's, de zgn. formes fixes.

Zoals Machauts typerende carrière past binnen de nieuwe maatschappelijke mogelijkheden van zijn tijd (Machaut was geestelijke die in eerste instantie als ambtenaar werkt, en zich als kunstenaar ontplooit binnen de mogelijkheden van de nieuwe luxueuze hofcultuur), zo past ook zijn oeuvre binnen de twee tradities die hier door elkaar beginnen te lopen.

  1. Enerzijds is er zijn eenstemmige muziek die nog geheel binnen de traditie van de trouvèrescultuur (de Noordfranse variant van de troubadours) past: de lais en het grootste deel van de virelais (enkele generaties later zou het schrijven van eenstemmige muziek voor professionele musici zeer ongebruikelijk worden).
  2. Anderzijds zijn er de motetten en de mis, die geheel in de traditie van de kerkmuziek staan. (Overigens heeft Machaut voor de Messe de Notre Dame niet het proprium maar het ordinarium getoonzet. Dit zou al snel standaard worden.) De echte vermenging van beide muziekculturen blijkt echter uit de ballades en de rondeau's: trouvères-genres die meerstemmig zijn gezet.

Machauts meerstemmige muziek is doortrokken van de technische vernieuwingen die de geschiedenis zijn ingegaan als Ars Nova, genoemd naar een traktaat uit de jaren twintig van de veertiende eeuw van Philip de Vitry. (Ook hij was een geestelijke die carrière maakt aan het hof. Hij werd voor zijn diensten beloond met de bisschopszetel van Meaux, dicht bij Parijs. Van Philip de Vitry is een beperkt aantal motetten overgeleverd.) Alleen al de titel Ars Nova duidt op een nieuwe dynamiek, een nieuwe virtuositeit en een groeiend gevoel voor vernieuwing in de muziek (en daarmee een losmaking uit de statische muziekopvatting van de kerkelijke muziektheorie). De belangrijkste vernieuwingen van de Ars Nova liggen vooral op het gebied van de ritmiek:

  1. het in gebruik komen van steeds kleinere (=snellere) notenwaarden
  2. het in gebruik komen van tweedelige ritmes, "imperfect" genaamd, in tegenstelling tot de "perfecte" driedelige verdeling van notenwaarden
  3. het aanzienlijk complexer worden van ritmische structuren, belichaamd in het isoritmische motet

Tegen het einde van de veertiende eeuw werd de nieuwe complexiteit van de Ars Nova soms tot in het extreme doorgevoerd. Ook werden muziekstukken vaak onnodig ingewikkeld opgeschreven. Complexiteit werd een doel in zichzelf. Dit maniërisme wordt wel Ars Subtilior genoemd. Beroemd zijn de composities die zeer kunstig zijn opgeschreven in de vorm van een hart of een harp.

ars_subtilior (87K)
Ars subtilior: ritmische complexiteit

Voor een indruk van deze muziek uit de Ars Subtilior (niet beschikbaar via Naxos of Digileen): klik hier

  • Ton de Bruijn:
    Het is onjuist te stellen dat de Franse muziek in de 14e eeuw zo complex was geworden dat zij ongenietbaar was. Er waren verschillende gradaties van complexiteit, waarvan de meest spectaculaire en extreme in onze eeuw de naam Ars Subtilior kreeg. We treffen deze stijl aan in Zuid-Frankrijk, Aragon en Cyprus tegen het einde van de 14de eeuw. Deze Ars Subtilior kenmerkt zich vooral doordat de verschillende stemmen in een compositie niet alleen melodisch maar vooral ook ritmisch zeer zelfstandig zijn: de ritmiek van de Ars Subtilior is dan ook zeer ingewikkelde en verfijnd, waarbij gebruik wordt gemaakt van antimetriek, maatwisselingen, polymetriek en syncopen. De Ars Subtilior was wat we vandaag een subcultuur zouden noemen. Er waren enkele componisten die zich met die uiterst ingewikkelde en overmatig verfijnde muziek bezig hielden en van deze componisten is slechts een zeer klein aantal werken bekend. Deze extreme beweging heeft niet lang geduurd, zoals dat vaker voorkomt bij extreme verschijnselen in de (muziek)geschiedenis.

Met de inschakeling van het motet in de luxecultuur van het hof doet zich een belangrijke functieverandering van dit genre voor. Waar het motet van de Ars Antiqua, zoals we zagen, vooral een vorm van tijdverdrijf was voor geestelijken en intellectuelen, krijgt het motet in de loop van de veertiende eeuw een monumentaliteit, complexiteit en grootschaligheid, die het geschikt maakt om bij officiële gelegenheden (kroningen, huwelijken e.d.) als representatief stuk muziek te dienen. Het motet, dat zich had losgemaakt uit de organa van de Notre Dame-school, keert als het ware terug naar de kerk, maar wel in een wereldlijk kader, als onderdeel van de nieuwe status- en prestigecultuur van het hof. Overigens is het grootste deel van Machauts motetten in zoverre nog met het oudere Ars Antiqua-motet verwant, dat de tenors Latijnse (religieuze) teksten hebben, terwijl aan de bovenstemmen Franstalige teksten over de (hoofse) liefde zijn toegevoegd. In drie motetten echter, (naar het schijnt gaat het om late werken) zijn alle stemmen Latijn en religieus. "Inviolata genitrix" is een van deze motetten. Dit loopt vooruit op de praktijk die in de zogenaamde Renaissance standaard zou worden.

Luisteropdracht

Audio:www.naxosmusiclibrary.com, CD code: SIGCD011, track 10 (Felix virgo / Inviolata genitrix)

Het inschakelen van de meerstemmigheid in de hofcultuur en de daarmee gepaard gaande toenemende virtuositeit van de kerkmuziek, riep binnen de kerk soms heftige reacties op. We kunnen constateren dat in Machauts enige mis (Messe de Notre Dame) met name de delen met veel tekst (Gloria en credo) een syllabische stijl wordt toegepast, die tot maximale verstaanbaarheid leidt. In delen met weinig tekst (Kyrie, Sanctus, Agnus dei en Ite missa est -dit laatste componeren is uitzonderlijk) gebruikt machaut een aan et motet verwante stijl (isoritmiek, ritmische gelaagdheid van de stemmen, d.w.z. een contrast tussen langzame onderstemmen en snellere bovenstemmen).

Luisteropdracht

Partituur:Kyrie, Machaut, Messe de Notre Dame
Partituur:Gloria, Machaut, Messe de Notre Dame
Audio:www.naxosmusiclibrary.com, CD code: 8.553833, track 1 en 2 (Kyrie en Gloria uit Machauts isoritmische Messe de Notre Dame)

Let op: Kyrie eleison en Christe eleison wordt twee keer herhaald: de herhalingstekens ontbreken in de partituur

vorige | volgende